Drank maakt meer kapot...
Toen ik hem ontmoette, was hij al een uitgebluste oude man. ‘Een oude taaie’ noemde hij zichzelf. Hij had geleefd, alles gedaan wat god had verboden en nog veel meer (waar god geen weet van had en dus ook niet kon verbieden).
Hij was een van de eersten in Nederland bij wie het virus werd vast gesteld, wist hij met een onbepaald soort trots te verkondigen. Maar het virus had hem er al die jaren niet onder gekregen. Hij leefde al die tijd zonder de beruchte cocktail van medicijnen.
Nadat wij elkaar beter leerden kennen, vertrouwde hij mij zijn geheim toe: ‘Ik ben al die jaren geen moment nuchter geweest’, vertelde hij, ‘Ik heb altijd een bepaald promillage alcohol in mijn bloed gehad, daardoor kon het virus zich niet verspreiden.’
De dag dat ik hem ontmoette was hij precies zes en een halve dag nuchter. De artsen hadden verlangd dat hij stopte met drinken, anders zou hij niet behandeld worden tegen de kanker die zich in zijn longen had genesteld.Het is hem fataal geworden.

